De vaarregels voor brandingkanoërs.

1. Vaar nooit alleen. Vaar altijd met een groep van minimaal drie personen, waarvan ten minste twee geoefende brandingkanoërs zijn die zeer goed kunnen eskimoteren en een eventuele X of H redding buiten de branding kunnen uitvoeren.
2. Draag altijd een zwemvest, een helm en beschermende (warme) kleding.
Ook al ben je nog zo een goede zwemmer, een zwemvest hoort bij de vaste uitrusting. Ook een helm is noodzakelijk bij het branding kanoën. Een aanvaring met een andere kanoër of watersporter is niet ondenkbaar.
Tegen afkoeling helpt een goede wetsuite plus anorak. Draag deze kleding ook in de zomer. Onderkoeling is altijd een sluipend gevaar!
3. Zorg voor goed materiaal. Je kano moet aan de voor- en achterpunt voorzien zijn van een goede grijplus. In de beide punten van de kano moet voldoende drijfvermogen zijn aangebracht (meestal luchtzakken). Zorg dat het spatzeil is voorzien van een grijplus en dat deze bij het aanbrengen niet naar binnen is gevouwen.
4. Zorg voor een goede beheersing van de kano. Neem eens een paas cursussen bij een erkend brandingkano sportbedrijf, de N.K.B. of wordt lid van een vereniging. Een aantal technieken moet goed beheerst worden. (ook het eskimoteren in de branding)
5. Zorg voor voldoende kennis van stromingen, getijden en weersgesteldheid. Ook bij mooi weer kan de zee gevaarlijk zijn. Ga bij onweer en mist direct van het water.
6. Let op andere watersporters en zwemmers. De onderlinge snelheid tussen de diverse soorten watersporters kunnen (levens) gevaarlijke situaties opleveren. Neem nooit voorrang! Zwemmers hebben altijd voorrang op kanoërs. Blijf ver bij de zwemmers uit de buurt (min. 50 meter). Op het strand mogen badgasten geen hinder ondervinden van het gesleep en gesjouw met kano’s. Surfers hebben vaak een vele male hogere snelheid dan kanoërs. Let goed op je omgeving voor de aanstormende surfers en wees ervan overtuigd dat de surfers je goed zien.
7. Let voortdurend op de andere kanoërs in je groep. Houd voor de veiligheid steeds oogcontact met de andere kanoërs in de groep. Spreek van te voren tekens af en tel regelmatig of iedereen nog in zicht is. Meld je af bij de groep als je stopt met varen.
8. Voorrangregels. Een kanoër die van zee naar het strand gaat heeft voorrang. Als een aanvaring onvermijdelijk is moet de kanoër die geen voorrang heeft omslaan, zodat het vaartuig dat van zee komt over de onderkant van de omgeslagen kano kan heen varen. Voorrang nemen is verboden!
Vaar met een boog vanaf het strand rechtstreeks naar in zee liggende kanoërs toe.
9. Veiligheid en reddingen. Benader kanoërs, drenkelingen en kanoërs in nood nooit vanuit zee. Vaar evenwijdig aan het strand naar hen toe.
Ga nooit met meerdere kanoërs naar een drenkeling toe. Eén kanoër kan hulp bieden en de anderen wachten op zijn of haar aanwijzingen.
Voer nooit een reddingsactie uit in de brekerlijn. Neem ook geen kano op sleeptouw als je in de brekerlijn komt.
Iedere kanoër is verplicht om in een noodsituatie hulp te bieden of te organiseren.
10. Zorg ervoor dat op de wal alles is geregeld. Iemand moet weten waar je bent en hoe lang je weg blijft.
Aan de wal of eventueel in je kano moet een eerste hulpset aanwezig zijn.
Zorg dat een lijst met telefoonnummers van het plaatselijke ziekenhuis, dokter, politie en reddingsbrigade in de eerste hulp set zit. Doe tevens een telefoonkaart of klein geld in de eerste hulp set of zorg voor de aanwezigheid van een (mobiele) telefoon.
Informeer van tevoren bij een kano vereniging of bedrijf, de politie of de gemeente of je op een bepaalde locatie mag kanoën. (e.e.a. staat vermeld in de A.P.V.)
Meld bij verlies van materiaal op zee de politie of reddingsbrigade. Dit voorkomt onnodig uitrukken van de reddingsboot.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.