Varen met harde wind evenwijdig aan de kust, wel of niet doen?

Er staat een noordoosten wind kracht 5 en de golfhoogte is rond de 2 meter. Je hebt wel zin in deze stevige branding, maar ziet het niet zitten om iedere keer met je kano over het strand tegen de wind in te lopen omdat je zo snel afdrijft. Zal je nu wel of niet de moeite nemen om naar het strand te gaan? Met behulp van onderstaande beschrijving en de voorspelde hoog-, laagwaters kan je voortaan zelf het antwoord op deze vraag geven.

De stroming op zee is afhankelijk van de getijdenbeweging. Om de stroomsnelheid en richting te bepalen op het moment dat je wilt varen heb je de volgende 2 tabellen nodig:
– De hoog-, en laagwater tabel die op de meteo pagina te vinden is;
– De onderstaande tabel met stroomsnelheid en richting afhankelijk van het tijdstip t.o.v. hoogwater.

In de hoog-, en laagwater tabel zoek je de volgende 2 gegevens op:
– Hoeveel uur is het tijdstip dat je wilt varen voor/na hoogwater?
– Hoeveel dagen is het voor/na springtij/doodtij? (Springtij en doodtij zijn ook te vinden op de meteo pagina).

Als je deze gegevens hebt kijk je in de onderstaande tabel om een idee te krijgen van de stroomrichting en snelheid op het moment dat je wilt varen.

Vaar tijdstip Te verwachten stroomsnelheid
[zeemijlen per uur]
Stroomrichting
Doodtij Springtij
6 uur voor hoogwater 0.7 1.1 NO
4 uur voor hoogwater 0.5 0.8 NO
2 uur voor hoogwater 0.1 0.1 ZW
Hoogwater 0.8 1.4 ZW
2 uur na hoogwater 0.6 0.9 ZW
4 uur na hoogwater 0.1 0.1 NO
6 uur na hoogwater 0.6 1.0 NO

Een voorbeeld:
Ik wil zondag 17 november in Katwijk gaan varen van 13.30 tot 15.00. De voorspelde wind is kracht 5 uit het noordoosten.
In de hoog-, laagwater tabel zie ik dat dit van ½ uur voor hoogwater tot 1 uur na hoogwater is.
Voor doodtij kan je dus een stroming van 0.6 tot 0.8 zeemijl per uur verwachten in vanuit zuidwestelijke richting. Voor springtij kan je 0.9 tot 1.4 zeemijl per uur verwachten.
Het is 3 dagen na doodtij en 6 dagen voor springtij, dus een maximale stroming van 0.9 zeemijl per uur is aannemelijk. Deze stroming zorgt dat je tegen de wind in geduwd wordt, dus wie weet valt het wel mee met het afdrijven.

Anke Cotteleer,

referenties:
Hydrografisch Bureau, Waterstanden en Stromen langs de Nederlandse kust en aangrenzend gebied, HP 33, 1996
Hydrografisch Bureau, Stroomatlas, benedenrivieren en aanlopen: Hoek van Holland, Scheveningen, IJmuiden, Texel, Den Helder, HP 16, 1992

Onderkoeling

Onderkoeling is een verschijnsel dat iedere buitensporter kan overkomen. Te water raken is een duidelijke reden waarom iemand onderkoeld kan zijn, maar ook op het droge kan onderkoeling optreden. Het kan iedereen gebeuren die buiten actief is. Tijdens zwemmen, surfen, duiken en zeilen, zelfs tijdens vissen kan onderkoeling ontstaan, zeker wanneer men zich onvoldoende voorbereidt of de weersomstandigheden plotseling veranderen. Het grootste gevaar van onderkoeling is, dat het sluipend verloopt. Omdat weinig mensen van het gevaar van onderkoeling op de hoogte zijn raken deze mensen onnodig in een gevaarlijke situatie.

Lees de rest van dit artikel in de pdf van brandingleut 52.

De vaarregels voor brandingkanoërs.

1. Vaar nooit alleen. Vaar altijd met een groep van minimaal drie personen, waarvan ten minste twee geoefende brandingkanoërs zijn die zeer goed kunnen eskimoteren en een eventuele X of H redding buiten de branding kunnen uitvoeren.
2. Draag altijd een zwemvest, een helm en beschermende (warme) kleding.
Ook al ben je nog zo een goede zwemmer, een zwemvest hoort bij de vaste uitrusting. Ook een helm is noodzakelijk bij het branding kanoën. Een aanvaring met een andere kanoër of watersporter is niet ondenkbaar.
Tegen afkoeling helpt een goede wetsuite plus anorak. Draag deze kleding ook in de zomer. Onderkoeling is altijd een sluipend gevaar!
3. Zorg voor goed materiaal. Je kano moet aan de voor- en achterpunt voorzien zijn van een goede grijplus. In de beide punten van de kano moet voldoende drijfvermogen zijn aangebracht (meestal luchtzakken). Zorg dat het spatzeil is voorzien van een grijplus en dat deze bij het aanbrengen niet naar binnen is gevouwen.
4. Zorg voor een goede beheersing van de kano. Neem eens een paas cursussen bij een erkend brandingkano sportbedrijf, de N.K.B. of wordt lid van een vereniging. Een aantal technieken moet goed beheerst worden. (ook het eskimoteren in de branding)
5. Zorg voor voldoende kennis van stromingen, getijden en weersgesteldheid. Ook bij mooi weer kan de zee gevaarlijk zijn. Ga bij onweer en mist direct van het water.
6. Let op andere watersporters en zwemmers. De onderlinge snelheid tussen de diverse soorten watersporters kunnen (levens) gevaarlijke situaties opleveren. Neem nooit voorrang! Zwemmers hebben altijd voorrang op kanoërs. Blijf ver bij de zwemmers uit de buurt (min. 50 meter). Op het strand mogen badgasten geen hinder ondervinden van het gesleep en gesjouw met kano’s. Surfers hebben vaak een vele male hogere snelheid dan kanoërs. Let goed op je omgeving voor de aanstormende surfers en wees ervan overtuigd dat de surfers je goed zien.
7. Let voortdurend op de andere kanoërs in je groep. Houd voor de veiligheid steeds oogcontact met de andere kanoërs in de groep. Spreek van te voren tekens af en tel regelmatig of iedereen nog in zicht is. Meld je af bij de groep als je stopt met varen.
8. Voorrangregels. Een kanoër die van zee naar het strand gaat heeft voorrang. Als een aanvaring onvermijdelijk is moet de kanoër die geen voorrang heeft omslaan, zodat het vaartuig dat van zee komt over de onderkant van de omgeslagen kano kan heen varen. Voorrang nemen is verboden!
Vaar met een boog vanaf het strand rechtstreeks naar in zee liggende kanoërs toe.
9. Veiligheid en reddingen. Benader kanoërs, drenkelingen en kanoërs in nood nooit vanuit zee. Vaar evenwijdig aan het strand naar hen toe.
Ga nooit met meerdere kanoërs naar een drenkeling toe. Eén kanoër kan hulp bieden en de anderen wachten op zijn of haar aanwijzingen.
Voer nooit een reddingsactie uit in de brekerlijn. Neem ook geen kano op sleeptouw als je in de brekerlijn komt.
Iedere kanoër is verplicht om in een noodsituatie hulp te bieden of te organiseren.
10. Zorg ervoor dat op de wal alles is geregeld. Iemand moet weten waar je bent en hoe lang je weg blijft.
Aan de wal of eventueel in je kano moet een eerste hulpset aanwezig zijn.
Zorg dat een lijst met telefoonnummers van het plaatselijke ziekenhuis, dokter, politie en reddingsbrigade in de eerste hulp set zit. Doe tevens een telefoonkaart of klein geld in de eerste hulp set of zorg voor de aanwezigheid van een (mobiele) telefoon.
Informeer van tevoren bij een kano vereniging of bedrijf, de politie of de gemeente of je op een bepaalde locatie mag kanoën. (e.e.a. staat vermeld in de A.P.V.)
Meld bij verlies van materiaal op zee de politie of reddingsbrigade. Dit voorkomt onnodig uitrukken van de reddingsboot.